Bestuur » Het bestuur van de Franse tijd tot de ja... » De ambachtsheer doet een stapje terug (2)

De ambachtsheer doet een stapje terug (2)

Rond 1880 vergaderde de gemeenteraad nog steeds in de herberg tegenover de Dorpskerk. Dat was niet uitzonderlijk. Ook het bestuur van de polder Pendrecht vergaderde bijvoorbeeld hier.

Voor de huur van de raadkamer werd door de gemeente tachtig gulden (36 euro) per jaar betaald. De raadkamer alleen was niet meer voldoende. Voor 45 gulden (20 euro) per jaar verhuurde burgemeester Hendrik Swank een kamer van zijn woonhuis aan de gemeente. Deze kamer diende als secretarie, het kantoor van het gemeentebestuur.

Om in de raadkamer te mogen vergaderen, was sinds de invoering van de Drankwet een ontheffing nodig. De Drankwet bepaalde dat het verboden was om raadsvergaderingen te houden in een ruimte waarvoor een vergunning volgens de Drankwet was verleend. Bastiaan van den Berg, eigenaar van de herberg, had natuurlijk zo’n  vergunning.

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 31 mei 1882 bleek dat de gemeenteraad nog tot 1 mei 1883 een ontheffing had om in de herberg te mogen vergaderen. De huur van de zaal werd met nog een jaar verlengd. Tegelijkertijd gaf men een architect in Zwijndrecht opdracht om een tekening te maken van een ‘voor deze Gemeente geschikt raadhuis’.

Notaris L.A. de Raadt bood daarop zijn huis aan de Dorpsstraat te koop aan.  Nog in 1882 werd dit huis voor 5000 gulden (2273 euro) gekocht. Hierin kwamen alle medewerkers van de gemeente te werken. Dat waren vier mensen.

Na een aantal jaren voldeed het woonhuis niet meer als gemeentehuis. In 1897 moest de gemeenteraad beslissen over een oplossing voor dit probleem. Een nieuw gemeentehuis laten bouwen kostte zo’n achtduizend gulden (bijna 3600 euro). Met 6 stemmen voor en 5 tegen besloot de gemeenteraad op 29 oktober 1897 tot de bouw van een nieuw gemeentehuis.

Bijna gooide een bezwaarschrift van 25 ‘belastingbetalende’ ingezetenen nog roet in het eten. Zij rekenden voor dat het veel goedkoper zou zijn om het huis van oud-burgemeester Van der Gijp Barendregt (Dorpsstraat 133, naast het gemeentehuis) over te nemen. In een ander bezwaarschrift werd aangevoerd dat er wegens ‘den tegenwoordigen bijzondere landbouw toestand’ niet zo’n grote uitgave gedaan moest worden.

De bezwaren van de 25 belastingbetalers moeten indruk gemaakt hebben op de Barendrechtse bestuurders  van dat moment. De 25 hadden immers ook stemrecht bij de verkiezingen voor de gemeenteraad. Toch lieten ze zich niet ompraten. Beide bezwaarschriften werden afgewezen en het gemeentehuisje werd gesloopt. Op dezelfde plaats bouwde aannemer Frans Vlielander uit Nieuw-Helvoet voor 7930 gulden een nieuw gemeentehuis. Het ontwerp was van architect W. van Leeuwen uit Hellevoetsluis.

Tijdens de bouw van het nieuwe gemeentehuis werd een lokaal van de openbare school aan de Dorpsstraat gebruikt als raadhuis. Deze school is nu bekend als D’Ouwe School, het gebouw van de Historische Vereniging Barendrecht.

Op 19 oktober 1898 werd het nieuwe gemeentehuis aan de Dorpsstraat officieel geopend. Dat gemeentehuis staat er nog steeds, maar wordt niet meer gebruikt door de gemeente.

In 1924 werd het gemeentehuis uitgebreid met een nieuwe burgemeesterskamer. Ook daar werd eerst bezwaar tegen gemaakt.

De uitbreiding van het gemeentehuis was nodig, omdat het provinciebestuur eiste dat er een kluis zou komen waarin belangrijke stukken konden worden opgeborgen. Ook vond de provincie dat het archief van de gemeente niet goed was opgeborgen. Burgemeester Bax vond zelf dat zijn kamer in het raadhuis stonk.

Om aan de bezwaren van de provincie tegemoet te komen, werd een plan gemaakt voor een nieuwe burgemeesterskamer naast het raadhuis.  Dat kostte 4500 gulden (2045 euro). Voordat hiertoe besloten werd, merkte een lid van de gemeenteraad op dat ‘stanklucht in de burgemeesterskamer nog geen reden is om een nieuwe kamer voor de burgemeester te maken’. “Regeren is bezuinigen”, merkte een ander raadslid op.

De kamer kwam er toch. Het plan redde het in de gemeenteraad met vijf stemmen tegen vier.  Deze lage aanbouw aan het gemeentehuis is nog steeds zichtbaar.

Het gemeentehuis aan de Dorpsstraat werd ondanks de uitbreiding te klein. Zo was er maar één toilet en was er geen ruimte om typemachines te plaatsen. In 1954 begon het gemeentebestuur dan ook met het maken van een plan voor een nieuw gemeentehuis.

Een huis voor de burgemeester

In 1938 koopt de gemeente Barendrecht de boerderij aan de 1e Barendrechtseweg 180, nabij de kruising met de Dorpsstraat. Omdat het gemeentehuis aan de Dorpsstraat te klein wordt, wil men op deze plek een nieuw gemeentehuis bouwen.

Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt in het pand het distributiekantoor gevestigd. Door de oorlog zijn veel spullen schaars. Mensen krijgen bonnen. Alleen met die bonnen kunnen ze schoenen, vlees of andere schaarse goederen kopen. Het distributiekantoor regelt dit.

Het huis wordt later bewoond door NSB-burgemeester Richard Brunsveld en burgemeester jonkheer V.P.A. Beelaerts van Blokland. De laatste woont er tot 1954. In de periode dat Beelaerts van Blokland hier woont, wordt het huis ’t Posthuis genoemd.

In het romantische huis met beneden de eetkamer, de zitkamer en een ruime salon die bij vele gelegenheden open stond, werden onder meer door Hans Dercksen, de zoon van de burgemeester van Heerjansdam, meestal modern-klassieke pianorecitals gegeven.

In muzikale sfeer eindigden de jaarlijkse ontvangsten van de leiding en personeel van de gemeentereiniging. Een uur na aanvang, als de stemming door een enkel alcoholisch drankje (de dames kegen per definitie een glaasje advocaat) minder stijf was geworden, werden aria’s uit opera’s eerst geneuried en later door twee aanwezigen, met name iemand van de reiniging die over een uiterst geschoolde stem beschikte, én de burgemeester in duet gezongen”, herinnerde Ted van der Pluijm zich later. Hij kwam als kind bij de burgemeester over de vloer.

Nadat burgemeester Beelaerts van Blokland is verhuisd, wordt het huis nog korte tijd door burgemeester Douma bewoond en daarna afgebroken. Ongeveer op die plaats wordt een nieuwe burgemeesterswoning gebouwd. Deze is bewoond geweest door de burgemeesters  Douma en Van Hofwegen.

Tegenwoordig bewoont de burgemeester een eigen woning. In de vroegere burgemeesterswoning aan de 1e Barendrechtseweg is nu een tandartspraktijk gevestigd.

bron

‘Burger dit is uw huis’, brochure van de gemeente Barendrecht, augustus 2003, p. 10;
C.J.A. Volgering: ‘Het gemeentehuis, ruim honderd jaar uw huis’, in het boekje ‘Welkom in uw nieuwe huis’,  uitgegeven bij de opening van het vernieuwde gemeentehuis op 1 september 1989, p. 15;
‘Drankwet was destijds aanleiding om uit te zien naar een nieuw raadhuis’, De Schakel, 10 oktober 1959;
Barend Zinkweg: ‘De Pendrechtse Molen en Barendrecht’, in Contactblad 61, Barendrecht december 1994, p. 19;
ir. J.A. van der Giessen: ‘Burgemeesters en boeren’, in Contactblad 81, Barendrecht, december 1999, p.8;
informatie van A.G. van de Garde in ‘Terugblik: het vergezicht’, Het Zuiden 13 juli 2000;
C.J.A. Volgering; ‘Het gemeentehuis, ruim honderd jaar uw huis’, in het boekje ‘Welkom in uw nieuwe huis’,  uitgegeven bij de opening van het vernieuwde gemeentehuis op 1 september 1989, p. 15;
Ted van der Pluijm; ‘De Wijde Wereld in’, De Schakel, juni 2002;
informatie van tandarts Tang, 2006;