Bedrijven » Familiebedrijven » Vijfvinkel Schoenen

Vijfvinkel Schoenen

Schoenmaker, blijf bij je leest´. Bijna vier eeuwen hebben generaties van het geslacht Vijfvinkel zich stipt aan dit advies gehouden. In Barendrecht is ´Vijfvinkel´ synoniem van schoenen. De familienaam is er een merknaam: Vijfvinkel Schoenen.

Over de vroegste historie is weinig bekend. Er staat vrijwel niets op papier. Pleun Vijfvinkel (81) – van 1948 tot 1998 schoenwinkelier op de Middenbaan – beheert  het familiearchief. Dat is een groot woord voor een platte kartonnen doos met geschreven en getypte vellen papier, knipsels uit kranten en een handvol foto’s – informatie die hooguit teruggaat tot het begin van de vorige eeuw.

Duitsland

Toch durft hij het aan om zijn verre voorvader Aert Dirxs Fünfwinkel de grondlegger van het familiebedrijf te noemen. Geboren in Duitsland zou hij rond 1630 naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zijn geëmigreerd en in Barendrecht een schoenmakerij zijn begonnen.  In die tijd verlieten honderden Duitsers hun vaderland om in het kleine buurland een nieuw bestaan op te bouwen. De Republiek beleefde de Gouden Eeuw en er was een tolerant klimaat, in tegenstelling tot Duitsland. Daar was armoe troef en was van geloofsvrijheid geen sprake.

Pleun Vijfvinkel neemt daarom aan dat de schoenmaker Fünfwinkel (vijfhoek in het Nederlands) om economische of religieuze  redenen naar de republiek is verhuisd, ondanks het feit dat de oorlog tegen Spanje daar nog niet ten einde was. Waarom hij in Barendrecht,  toentertijd een onbetekenend dorp, is neergestreken, is óók een vraag. Rotterdam of Dordrecht,  toen al belangrijke steden, zou meer voor de hand hebben gelegen. Het blijft gissen. ´Ik veronderstel dat hij had ontdekt dat er in Barendrecht nog geen schoenmakerij was. Hij kon er dus dadelijk aan de slag. Daar houd ik het maar op´, zegt de schoenwinkelier-in-ruste.

Fünfwinkel zal waarschijnlijk tussen de 20 en 25 jaar zijn geweest, toen hij in het dorp aan de slag ging.  Hij was toen al een volleerde en veelzijdige vakman – schoenmaker, tuigmaker en leerlooier. Het moet hem voorspoedig zijn gegaan.  Dat blijkt uit de akte waarin staat te lezen dat hij in 1641 een woning met schuur en erf aan de Singel kocht; deze schriftelijke vermelding is tevens de eerste over zijn aanvankelijk bescheiden onderneming in Barendrecht.

In de tuin legde de nieuwe bewoner zogeheten kalk- en looiputten aan; de kastanjeboom (in januari 1990 tijdens zware storm geveld) leverde de kastanjes en bladeren voor het looiproces.  Fünfwinkel – de naam was inmiddels verbasterd in Vijf(f)vinckel en vervolgens in Vijfvinkel – produceerde zelf het leer waarmee hij met de hand  schoenen voor zijn klanten  maakte.

Ook over de jaren waarin hij zich als ervaren schoenmaker een goede reputatie verwierf in Barendrecht en omgeving, zijn slechts enkele feiten vastgelegd en bewaard. Zo is in de archieven van de hervormde gemeente een kwitantie uit 1650 gevonden voor de reparatie van schoenen in opdracht van de diaconie. Méér gegevens verschaft het testament dat in oktober 1677 na zijn overlijden door notaris Heijndrick Outraet werd geopend.  De schoenmaker was getrouwd met Lijntje Ariens die in 1677 óók al was gestorven. Samen waren zij de ouders van vier zoons en een dochter. Hun namen – op drie verschillende wijzen geschreven – staan onder de tekst van het uitvoerige document.

Welgesteld

Over wat er van de zonen en de dochter na de dood van hun ouders geworden is, staat weinig of niets vast. Maar het is wel aannemelijk dat een of meer van hen de onderneming van hun vader hebben voortgezet of elders voor zichzelf een schoenmakerij zijn begonnen. Dat valt met enig houvast af te leiden uit gegevens uit het midden van de negentiende eeuw. In die periode waren er in Barendrecht en dorpen in de wijde omgeving (Hoeksche Waard) nog steeds schoenherstellers met de naam Vijfvinkel.

Een duidelijke aanwijzing dat de nabestaanden van de pater familias tot de vooraanstaande en welgestelde inwoners van Barendrecht behoorden,  is een grafsteen in de meer dan vijfhonderd jaar oude Dorpskerk. Onder die zerk (ter hoogte van de zogeheten Boerenbank) werd in 1693  echtgenote Grietie van de vierde zoon van schoenmaker Aart Vijfvinkel, Heijndrick geheten,  begraven.  Wie in de kerk ter aarde werd besteld,  was als regel vermogend. (De weduwnaar trouwde een jaar later met Maijken Hendriks de Heer).

Dorpsstraat

Vanaf de jaren ´40 van de negentiende eeuw is de geschiedenis van de familie Vijfvinkel goed te volgen. Er is sinds die tijd voldoende informatie bewaard om zich een beeld te vormen van het doen en laten van de elkaar opvolgende generaties.  Zo traden de zoons Willem, Pieter en Izak van Aart Vijfvinkel (geboren in 1842)  in de voetsporen van hun vader.

Willem Vijfvinkel zette de schoenmakerij in het pand aan de Singel voort; Pieter vestigde een schoenmakerij in het nabije Rhoon, maar overleed op jeugdige leeftijd en Izak kocht in 1900  een pand in de Dorpsstraat (nummer 96,  thans Middenbaan), bestaande uit een woonhuis en een ruimte als werkplaats voor de ambachtelijke vervaardiging en de reparatie van schoenen. 

Vrijgezel

De toen 36-jarige schoenmaker was – tegen zijn zin – nog vrijgezel, omdat hij van boer Cornelis van der Jagt van de Voordijk geen toestemming kreeg om met diens dochter Plonia Hendrika te trouwen: hij was geen boerenzoon! De gereformeerde predikant Jan Engelbert Vonkenberg moest er enkele keren als bemiddelaar aan te pas komen om de goedkeuring van de koppige boer voor het huwelijk los te krijgen. Izak en Plonia werden in 1904 een gelukkig paar; een jaar later werd zoon Aart geboren.

Izak en Willem Vijfvinkel gingen niet alleen als broers goed met elkaar om. Ook als schoenmakers in een klein dorp zaten ze niet in elkaars vaarwater. Ze maakten goede afspraken over hun werkgebieden. Oost-Barendrecht was voor Izak, West-Barendrecht en het naburige Smitshoek waren voor Willem.

In tegenstelling tot de schoenmakerij in de Dorpsstraat ging het na verloop van tijd minder goed met de vestiging aan de Singel. Twee zoons van Willem Vijfvinkel zetten de onderneming van hun vader voort en deden die uiteindelijk van de hand.

De zaak van Izak floreerde.  Daar werkte hij ook hard voor. Bij de klanten haalde hij kapotte schoenen op en bracht die na reparatie bij hen terug. Hij maakte ook een bescheiden begin met de verkoop van schoenen die hij betrok van rondreizende vertegenwoordigers van fabrieken in Noord-Brabant waar schoeisel machinaal werd gemaakt.

Schoenwinkel

In 1919 kreeg hij de kans om het woonhuis met schuur op nummer 98 in de Dorpsstraat te kopen. Dat was een uitgelezen gelegenheid voor uitbreiding. De reparatie werd in de schuur ondergebracht en de hierdoor vrijgekomen ruimte op nummer 96 werd een schoenenwinkel – de eerste in Barendrecht.

Met alle respect en waardering voor het vakmanschap en de werklust van zijn voorgangers  was het onmiskenbaar Izak Vijfvinkel die de familiezaak naar een hoger niveau tilde. Zijn zoon Aart die de schoenmakerij en de schoenwinkel rond 1930 overnam, was van hetzelfde hout gesneden. Ook hij was behalve een goede vakman een creatieve ondernemer met een scherp oog voor de telkens veranderende schoenmode en de voorkeuren van het publiek. De nieuwe eigenaar durfde ook te investeren. Naast het pand 98 waarin de werkplaats was ingericht, liet hij in 1931 een woonhuis bouwen; de bestaande woning werd naar achteren uitgebreid en verbouwd tot winkel.

Ook zoon Pleun (geboren in 1932) van Aart Vijfvinkel volgde de vertrouwde traditie om het vak van zijn vader te kiezen. Na zijn schoolopleiding kwam hij in 1948 bij hem in de zaak, met de bedoeling dat hij in de toekomst de volgende eigenaar zou worden. In die tijd gold nog als regel dat  winkeliers, afhankelijk van de branche, in het bezit moesten zijn van verscheidene diploma’s. Voor Pleun Vijfvinkel betekende die voorwaarde dat hij cursussen moest volgen voor het middenstandsdiploma en de vakdiploma’s schoenhersteller, schoenwinkelier, kousen en sokken en lederwaren. In 1955 was hij voor alle examens geslaagd en werd hij medefirmant van Vijfvinkel Schoenen.

Dankzij de groei van het aantal inwoners van Barendrecht en de toenemende welvaart hadden vader en zoon Vijfvinkel geen reden voor klagen. De schoenmakerij en de verkoop van schoenen rendeerden naar tevredenheid. Een belangrijke factor was eveneens dat Vijfvinkel Schoenen de enige schoenwinkel in het dorp was. Van concurrentie was dus geen sprake. Daar kwam pas aan het begin van de jaren ’80 een einde aan met de komst van  andere schoenwinkels.

Aart Vijfvinkel en zijn zoon waren niet beducht voor de zich wijzigende situatie. Zij reageerden erop door met zekere regelmaat hun winkel uit te breiden en te moderniseren, daarbij rekening houdend met nieuwe koopgewoonten en de smaak van de klanten. Pleun Vijfvinkel schat dat de winkel in de Dorpsstraat (later de Middenbaan) sinds de bevrijding in 1945 meer dan tien (!) keer is verbouwd. De heropeningen waren telkens feestelijke gebeurtenissen. Burgemeester G. van Hofwegen heeft tijdens zijn ambtsperiode in Barendrecht  drie keer een officiële heropening van de schoenwinkel verricht. De laatste keer (maart 1978) zei hij in zijn toespraak bij wijze van grap dat hij ´op herhalingsoefening was´.

Pleun Vijfvinkel nam in 1973 het roer van zijn vader over, drie jaar voor diens overlijden. Zoon Aart (roepnaam Ad) werd in 1981 medefirmant, nadat hij zich in winkels elders in het schoenenvak had bekwaamd. Een jaar later werd hij mede-eigenaar en in 1998 volgde hij zijn vader als eigenaar op. ´De maat is vol´, liet Pleun Vijfvinkel zijn clientèle in een advertentie weten bij het afscheid, op de kop af een halve eeuw nadat hij als beginnend verkoper bij zijn vader in de winkel was gekomen. Samenvallend met zijn vertrek was ook het besluit om te stoppen met de reparatie van schoenen. Eén van de werknemers nam deze activiteit voor, zoals dat heet,  eigen rekening en risico over.

Dochters

Zijn drukke baan was voor hem geen excuus geweest om bestuursfuncties op  maatschappelijk en kerkelijk vlak van de hand te wijzen. Pleun Vijfvinkel is gedurende twee perioden voorzitter geweest van de Vereniging Centrum-winkeliers Middenbaan en achttien jaar bestuurslid van de protestants-christelijke schoolvereniging. De Gereformeerde Kerk van Barendrecht heeft hij geruime tijd als lid van de kerkenraad gediend.

Vooralsnog is de huidige eigenaar van Vijfvinkel Schoenen de laatste in de rij van zonen die het familiebedrijf van hun vaders hebben voortgezet.  Met het afscheid van Ad Vijfvinkel (56), vader van drie dochters, wordt met deze traditie gebroken.  Maar zo ver is het nog lang niet!

Familiewapen

De familie Vijfvinkel bezit een familiewapen dat een verwijzing is naar de naam Fünfwinkel van de Duitse schoenmaker die zich rond 1630 in Barendrecht heeft gevestigd. In het schild is een vijfpuntige ster te zien, een vijfhoek – de Nederlandse vertaling van Fünfwinkel.

Een lid van de uitgebreide familie Vijfvinkel die geïnteresseerd is in heraldiek, heeft het wapen indertijd in een boek ontdekt. Tot dan was niemand op de hoogte van het bestaan van een familiewapen.

Na de schoen nu pensioen

Bij het afscheid van Aart Vijfvinkel in 1972 publiceerde W. Roffel het volgende gedicht in weekblad De Schakel.

Na de schoen nu pensioen

Een advertentie in dit blad
die ik vol ernst gelezen had,
bracht mij ineens op het idee
met dat bericht daar doe ´k iets mee.

In d´advertentie werd verkond
dat hij het blijkbaar welletjes vond.
Sinds veertig jaar herstelt hij schoeisel
wenst daarmee langer geen bemoeisel.

Ook ´t hand´len zat hem in het bloed
dus tevens schoenhandel doet.
Van huisuit ´t vak al meegebracht
als nazaat van een oud geslacht.

Sinds eeuwen lang is ´t zo geweest
een Vijfvinkel met schoenenleest.
D´historie krijgt alweer een knak
nu deze man neemt zijn gemak.

Hij had al wel een prima steun
aan Vijfvinkel P. (ofwel zoon Pleun),
zodat hij dubbeldik tevree
geniet nu van zijn A.O.W.

De vijfenzestigplusser mag
genieten van z´n oude dag.
Na zoveel jaren lang in touw
gezellig rusten bij de vrouw.

Alevel gaat de zaak dus door
daar zorgt de vakman Pleun wel voor.
´t Zal vreemd zijn nu de oudste ´Vijf´
zich rust gaat gunnen voor het lijf.

Met ´t potlood schuinweg achter d´oren
geen schoeisel meer hoeft op te sporen,
zij ´t schoenen met of zonder hak
al strijkend over ´t glimmend dak.

Zo wist de man bij duizendtallen
zijn mooie handel uit te stallen.
Zijn lederwaren, kousen, wanten
voor leuke, maar ook moeilijk´ klanten.

Wij gunnen hem dat hij na deze
nog lange tijd maar fit mag wezen.
Nu hij geen zaken hoeft te doen
toch niet zal sukk’len op slof of schoen.

bron

Dit verhaal verscheen eerder in het Contactblad, 2013, nummer 4. De auteur is Wim de Regt.